Manier van reizen
In Zambia is een fly-in safari verreweg de beste manier van reizen. Een fly-in safari is een reis langs natuurgebieden, waarbij u van plek naar plek wordt gebracht met een vliegtuigje dat plaats biedt aan zes tot twaalf personen. Zo´n vliegtuig kan landen op kleine landingsbanen die vaak heel dicht in de buurt gelegen zijn van lodges en tented camps in natuurparken. Vele hebben zelfs hun eigen airstrip, oftewel een strook gras in de wildernis. Vòòr de landing worden dieren zoals olifanten, giraffen, zebra´s en antilopen van de landingsbaan verjaagd, zodat u veilig kunt landen. De gids staat u met een landrover op te wachten en de rit naar de accommodatie is vaak al de eerste gamedrive. Soms zie je gelijk bijzondere dieren, soms vormen een neushoornvogel, een groepje impala´s of de eerste wrattenzwijnen een aardige ´appetizer´ voor wat nog komen gaat.
Doordat je in natuurgebieden doorgaans niet sneller dan veertig kilometer per uur mag rijden, valt er met vliegen vaak veel tijd te winnen. Dit is aangenaam voor wie een korte reis maakt of voor wie in de beschikbare tijd veel verschillende gebieden wil bezoeken. Verder is het heerlijk om niet zelf te hoeven rijden en blijft het, ook met enige ervaring, fantastisch om de Afrikaanse landschappen vanuit de lucht te bewonderen. Misschien wel het mooist zijn de fly-in safari´s waarbij je op plekken komt die vanwege hun afgelegen ligging of het moeilijke terrein op geen enkele andere manier toegankelijk zijn. Het behoeft geen uitleg dat je hier dan doorgaans (bijna) niemand anders tegenkomt. Relevant bij een fly-in safari is dat er beperkingen zijn wat betreft de bagage die mee aan boord kan en dat je in de meeste gevallen bij elke nieuwe plek een nieuwe gids hebt die je begeleid.
|
|