Geplaatst op
Gelezen: 91

N u de dochter, nummer twee van drie, alweer een half jaar in Kenia woont en werkt is het tijd voor een bezoek. Je wilt toch weten of het meisje netjes en veilig woont. Ze is daar sinds afgelopen september aan de slag voor Financial Access, standplaats Nairobi. Het is ‘maar’ 8 uur vliegen, in een nachtvlucht is dat in een droom voorbij.

Een reis vol contrasten

Nairobi is groot (3 miljoen inwoners) hectisch en vol contrast. Het verkeer is er meestentijds een drama, het staat vooral stil. Na appartement inspectie (keurig!) duiken we gelijk het centrum in. Vervoer gaat per Uber, het is er efficiënt en goedkoop. Het centrum kent enkele koloniale gebouwen, er omheen verrijst veel (vooral Chinees geld) hoogbouw. Onze gids, die zich phonetisch Cheddar Cheese noemt, is een jonge ex-zakkenroller, met inkeer, die vooral Downtown als zijn eigen broekzak kent. Wat volgt is een tocht van twee uur vol ontmoetingen, verbazingen en wetenswaardigheden en dat gelardeerd met zijn eigen bewogen geschiedenis. Cheddar Cheese is de ultieme gids: het portaal tussen reiziger en omgeving waarbij hij zijn eigen ervaringen deelt. Ondertussen hebben we veel handen geschud, vooral hard gelachen en weten we waar de politiebarakken van Obama’s vader staan. Deze tour gaat sowieso in ons Talismanprogram. De volgende waarschijnlijk (nog) niet: achter op de motor dwars door Nairobi scheuren is, vanwege het absolute gebrek aan opvolging van enige verkeersregels, net iets te link. Eén regel wordt hier wel strak opgevolgd: om als motorrijder zo min mogelijk ‘voet aan de vloer’ te scoren.
Wel schildert deze tocht het schrille contrast tussen rijk, het ex koloniale “Karen” (inderdaad naamgegeven door Karen Blixen, Out of Africa), arm, de slums van Kibera, en modern, het zakendistrict, iets wat ik niet had willen missen. Uitschieter was een grill-court waar, onder het genot van zware reggae-dub en highlife muziek, koud bier en geroosterde geit genuttigd werd.

Om aan de hectiek te ontsnappen en vanwege een poging tot rust, vertrekken we maandagochtend met de trein (alweer Chinees geld) van Nairobi naar Mombassa. Alleen de zware controle voor het station doet als oorlogsgebied aan, daarna is het perfect geregeld! Het is een nette trein, je kunt er eerste klasse met alle gemak, maar bij ons in de tweede klasse waren we gelijk al uitvoerig in conversatie met een architect en een vloerenlegger/pastoor om de lokale marketing strategieën te bespreken. Voordeel van Kenia is dat iedereen er perfect Engels spreekt en daarnaast altijd in is voor een goed gesprek. Je rijdt door een wildpark (Tsavo National Park) en in een uurtje of zes sta je in Mombassa.

Mombassa is een uit de kluiten gewassen havenstad met het centrum op een eiland in de riviermonding. Fraaie Portugese architectuur uit een minder fraai verleden, maar daarnaast vooral een schakel tussen de Arabische en Afrikaanse wereld. Het bruist. Ook hier weer op pad voor een ochtend foodtour met een jonge dame met kennis van zaken. Eerst lokaal ontbijt daarna pittig gekruide Masai koffie, de markt bezocht met zijn halal kilo knaller en afgesloten met een bezoek aan Fort Jesus.
In een tocht van anderhalf uur langs de kust zijn we bij het rustmoment. Een fraaie villa, zwembadje, zeezicht maar vooral Lydia die geweldig voor ons kookt en daarnaast alles voor ons regelt. 
Na een paar dagen met uitzicht op de baai van Kilifi en een dik boek, vliegen we terug naar Nairobi waar we ons opmaken voor deel twee: op Safari. Lees binnenkort de safari avonturen in een nieuwe blog.