Geplaatst op
Gelezen: 108

T erwijl ik de stoere donkergroene safari auto inklim, wordt mijn reistas op de achterbank gelegd door Richard, de goedlachse medewerker van Makweti Safari Lodge. Ik leun achterover in de bijrijdersstoel en voel een deken van totale rust over me neerdalen, een gevoel dat de Afrikaanse natuur keer op keer bij mij naar boven weet te brengen.

'Hello amazing Afrika'

Old school navigeren

 Die ochtend was ik met mijn huurauto uit Johannesburg vertrokken en na een half  uur rijden verrast door mijn navigatie systeem die ermee op hield. Met geen mogelijkheid kreeg ik hem aan de praat en dus zat er niets anders op dan old school de weg te vinden via de (gelukkig!) thuis uitgeprinte routeomschrijving. Navigeren is nooit mijn sterkste kant geweest en in Nederland vertrouw ik altijd op mijn navigatiesysteem. Bijzonder genoeg weet ik in Zuid-Afrika bijna altijd wel mijn weg te vinden, op gevoel en door de borden te volgen. Want dat is het voordeel; je bent je op deze manier veel bewuster van de omgeving, de mensen en de markten in de dorpen waar je doorheen rijdt.
Na twee uur en veertig minuten reed ik na een prachtige rit de parkeerplaats van Natuurreservaat Welgevonden op waar ik mijn auto parkeerde en over stapte in de safari auto van Makweti.
 
We rijden het komende half uur op ons gemak door de bush van Welgevonden en worden onderweg begroet door een kudde buffels en giraffen.
‘Hello amazing Afrika’  zeg ik hardop terwijl ik mijn ogen sluit en de kruidige geur van de bomen door mijn neus inadem. Richard begint te lachen en we raken aan de praat. Over zijn geboorteland Malawi en zijn wens om ooit gids te worden bij een safari lodge, al kom ik er al gauw achter dat hij heel breed onderlegd is als het gaat om kennis over de natuur en de wilde dieren.
Ik geniet van gesprekken als deze. Gesprekken die het verhaal achter de persoon vertellen en die stof geven tot nadenken.

Als we even later over het smalle weggetje van rotsen en zand naar Makweti Safari Lodge rijden en de drinkplaats met daarachter het rieten dak van de zogenoemde Indaba met houten uitkijkveranda zichtbaar wordt, krijg ik kippenvel.
De kleine, exclusieve lodge met vijf luxe suites en ruimte voor maximaal tien gasten ligt verscholen tussen de bomen en bosjes en wordt daardoor één met de omgeving. Ik ben in mijn element als ik hoor dat de lodge is gebouwd op een wildspoor en er geen hekwerk om het terrein heen is geplaatst zodat olifanten en leeuwen regelmatige gasten zijn in ‘mijn tijdelijke thuis.’
Want zo voelt het, nu al. De lodge ademt een huiselijke sfeer uit en ik neem tegelijkertijd deze sfeer met alle zintuigen op.
Ik had vooraf bij Talisman travel design geïnformeerd naar een afgelegen lodge waar ik me helemaal af kon zonderen en een paar dagen tussen de wilde dieren zou kunnen leven. Vanaf het moment dat Makweti tussen de bosjes in zicht kwam wist ik dat die wens ruimschoots overtroffen zou worden.

Welcome to the bush

Ik ontmoet Colin, mijn vriendelijke gids met meer dan twintig jaar gidservaring in Zuidelijk Afrika en tevens mijn aanspreekpersoon gedurende mijn verblijf.
Terwijl hij mij rondleidt over de zandpaadjes die de Indaba met de prachtig authentiek Afrikaans ingerichte hoofdlodge en de vijf uit elkaar gelegen luxe suites verbindt, stop ik bij ieder aapje dat me nieuwsgierig verwelkomt.
‘Hou je spullen in de gaten’ zegt hij ‘ze zijn brutaal.’ Ik vind ze vooral grappig, en volg een aapje die van boom naar boom slingert terwijl haar jong zich stevig aan haar vastklemt. 

Enthousiast vervolgt Colin zijn verhaal over Makweti en het Welgevonden natuurreservaat. ‘Het reservaat is particulier eigendom, maar wordt collectief  beheerd.’ Terwijl hij praat volg ik zijn armen die de woorden beeld geven.
‘Het managementteam bestaat uit een zeer gemotiveerd en vooruitstrevend team van natuurbeschermers, die samenwerken met vooraanstaande ecologen en milieuactivisten uit de hele wereld.’
Ik hang aan zijn lippen en stel de ene vraag na de andere.
Het laatste stukje naar mijn suite loop ik zonder iets te zeggen achter Colin aan terwijl ik het liefst uit zou willen schreeuwen hoe adembenemend deze plek is! 

Als ik even later de terrasdeur van mijn suite open schuif en tegen de houten balustrade aan leun, hoor ik in de verte de magische brul van een leeuw. ‘Welcome to the bush’ zeg ik hardop tegen mezelf. Als ik opzij kijk naar het privé zwembadje, zie ik een dorstig aapje aan de rand zitten die lenig voorover buigt om wat te drinken. Dan ga ik op verkenning uit naar de buitendouche, de badkamer en het slaapgedeelte. Ik word blij van de lekker geurende lotions en shampoos en kleine details zoals bloemetjes op mijn kussen en een persoonlijk geschreven welkomst kaartje. Met een sprong gooi ik mezelf op het grote bed, het is bijna zonde van de strak gestreken lakens. 
‘Serieus, drie nachten maar?’ bedenk ik me.

Vrouw met een missie

Philip is de chef kok, hij kan werkelijk waar toveren. Hij verdiende zijn sporen bij diverse vijfsterren lodges en tovert nu gelukkig bij Makweti Safari Lodge in de keuken. Drie maal daags serveert hij de meest exclusieve en verse gerechten aan vaak een internationaal gezelschap met ieder hun eigen wensen. Tijdens het ontbijt, de lunch en het diner heb ik mooie gesprekken met de andere gasten uit Amerika, Nederland en Duitsland. Onder het genot van een wijntje op de veranda van de hoofdlodge delen we onze reis- en levenservaringen, en komen we tot bijzondere gesprekken die me nog lang bij zullen blijven.

De komende twee dagen heb ik een missie; ik wil mijn eerste roman afschrijven. Vorig jaar november begon ik eraan tijdens de vliegreis naar Johannesburg. Nu, een jaar later, wil ik het spannende verhaal in alle rust en in de juiste sfeer afronden. Het is de reden dat ik alleen bij aankomst en bij vertrek met een safari mee zal gaan. De twee dagen die ertussen liggen heb ik aan mijzelf. Normaal gesproken ben ik bij de vroege ochtendsafari’s en de namiddagsafari’s paraat, ik kan er geen genoeg van krijgen om door het ruwe landschap op zoek te gaan naar olifanten, giraffen, neushoorns en luipaarden, maar ik beheers me dit keer.

De eerste ochtend zijn de andere gasten in alle stilte om half zes met Colin vertrokken en draai ik mij nog een keertje om als ik om half zeven wakker word van een zebra die een bijzonder blaffend geluid produceert. Klokslag acht uur zit ik na een verfrissende buitendouche met een sterke bak koffie op mijn veranda met mijn laptop open voor me. De woorden vliegen uit mijn vingers, precies zoals ik had gehoopt. Pas twee uur later stap ik letterlijk uit het verhaal en loop met m’n korte spijkershort en op blote voeten over de zandpaadjes richting de hoofdlodge voor het ontbijt. Met plezier luister ik naar de safari ervaring van de anderen en bewonder de foto’s van de troep leeuwen die ze zagen. ‘Je hebt wat gemist!’ hoor ik ze een paar keer zeggen.

Na het ontbijt keer ik terug naar ‘mijn schrijversdomein.’ Tussen het schrijven door neem ik een verkoelende sprong in het zwembadje wat geen overbodige luxe is in deze Afrikaanse hitte.
Er is geen bereik en geen wifi. Alleen de natuur, hier en nu. Hemels!
Leunend op de rand van het zwembadje probeer ik me te concentreren op de geluiden om mij heen. Ik was al vaak in Afrika en herken vele geluiden, maar toch hoor ik altijd weer nieuwe die ik graag zou willen ontmaskeren.

Never have a dull moment

Die namiddag zijn de andere gasten weer met Colin op pad voor een safari avontuur en zit ik nietsvermoedend op mijn terras te tikken als ik bomen hoor kraken. Ik herken het geluid en klap mijn laptop om me beter te concentreren op wat ik hoor. De een na de andere boom moet eraan geloven, een oorverdovend gekraak komt langzaam dichterbij. Vlug pak ik mijn spullen van het houten tafeltje en leg het op bed. De terrasdeur schuif ik dicht, tot grote teleurstelling van de aapjes die me nauwlettend in de gaten hielden, ik zwaai vriendelijk naar ze en steek grappend mijn tong naar ze uit. Bewapend met mijn camera en verrekijker begeef ik mij vervolgens snel naar de verhoogde veranda van de hoofdlodge en neem een goede positie in waarvandaan ik een weids uitzicht heb over de bossen. Zowel Philip als het overige personeel zijn bij de Indaba en ik voel me super bevoorrecht om totaal alleen op de uitkijk te staan en ik hoor het geluid nu heel dichtbij.

Dan krijg ik hem in beeld, de reusachtige mannetjesolifant vult de volle lens van mijn verrekijker. Hij beweegt zich tussen de bomen door richting suite nummer twee. Ik weet niet goed wat de bedoeling is maar heb het gevoel alsof ik in een spannende film ben beland en begeef me op mijn blote voeten snel naar het personeel bij de Indaba. Mijn hartslag gaat te keer, ‘er is een olifant in het kamp!’ roep ik opgewonden naar Richard als ik de Indaba binnen loop. Terwijl ik door de open terrasdeuren loop, zie ik hem geamuseerd op het uitkijkdek naar de naderende grijze vriend kijken.
‘Ik heb hem gezien,’ zegt hij. ‘Hij gaat eerst wat drinken uit het zwembad van Suite nummer twee en komt dan waarschijnlijk deze kant op om aan de grote zoutsteen te likken.’ Mijn ogen zoeken de zoutsteen die ik al snel zie liggen. 
‘Maar die steen ligt op nog geen tien meter afstand van waar wij nu staan!?’ zeg ik terwijl ik hem met grote ogen aankijk. Hij lacht, ‘precies, dus ga lekker zitten en geniet van wat er komen gaat.’
Wat een geluk heb ik, een thuissafari helemaal voor mij alleen, hoe gaaf is dat!
Op dat moment horen we de dames van de huishouding naar Richard roepen. Ik kan de mengelmoes van hun communiceren in Zulu, Tswana en Suthu niet verstaan maar begrijp wel dat er iets aan de hand is.

‘Wat is er?’ vraag ik aan Richard.
‘De dames zijn klaar met het schoonmaken van een suite maar kunnen er niet uit omdat er een leeuwin op nog geen vijf meter van de deur ligt.’
‘Een leeuwin?’ vraag ik om zeker te zijn dat ik hem goed heb verstaan.
‘Ja, die liep hier blijkbaar ook door het kamp. Je bent in de bush of je bent het niet. Bij ons wel in ieder geval’ zegt hij serieus maar met een vleugje trots.
Een paar minuten later zie ik vanaf het uitkijkdek een terreinwagen van Makweti al hobbelend door de bosjes richting de achterzijde van suite nummer twee rijden. Het tafereel dat ik daarna zie is bijna lachwekkend maar ondertussen bloedserieus. Via het deurtje van de buitendouche aan de achterzijde van de suite worden de twee dames ‘bevrijd’ uit hun benarde situatie. Beide dames hebben een emmer met schoonmaakmiddelen en doeken onder hun arm. Het is een geruisloze en serieuze operatie want op afstand houdt de leeuwin het gebeuren nauwlettend in de gaten. Alles verloopt goed en bij terugkomst zijn de twee dames opgelucht, ook al maken ze dit vaker mee.
‘Kom, spring in de auto!’ roept Richard. ‘Dan rij ik je naar de leeuwin toe, ze is net in de bosjes achter de suite gaan liggen.’ Als een klein kind zo blij met dit onverwachte avontuur spring ik in de auto en bewonder niet veel later op mijn gemak dit prachtige dier. Ze straalt kracht en serene rust uit en ik ben benieuwd waar haar familie zich schuil houdt. 

‘Never have a dull moment’ bedenk ik me terwijl ik me voorneem om beter om me heen te kijken als ik de volgende keer de deur van mijn suite uitloop.

De Indaba is de enige plek in het kamp waar internet is en terwijl ik op de grote olifant wacht, hoor ik  de berichtjes binnenkomen. In deze setting heb ik eigenlijk helemaal geen zin om bereikbaar te zijn, maar ik wil wel graag mijn gezin spreken en bel via Facetime. Ik laat hen de omgeving laat zien, weliswaar vanaf het dek want ik mag zolang de leeuwin op bezoek is niet terug naar mijn suite. Het is voor de kinderen niet te bevatten dat mama tijdens het bellen tussen de olifanten en de leeuwen zit en ze zijn stik jaloers. Ik snap hun wel hoor. 
Nog geen minuut nadat ik opgehangen heb, komt de olifant tevoorschijn en loopt recht op het dek af waar ik sta. Het voelt of hij op mij afkomt en ik blijf stokstijf staan. Met langzame zware stappen zoekt hij zijn weg naar de zoutsteen. Ik installeer me heel voorzichtig op het houten tafeltje op de veranda en geniet in alle rust ademloos van dit prachtige dier.
Op dat moment weet ik nog niet dat ik de volgende dag vanaf exact dezelfde plek en helemaal in mijn eentje de hele kudde zal bewonderen...

Oog in oog met een olifant

Na twee productieve schrijfdagen, mijn ‘thuis safari’s’, heerlijk eten en mooie gesprekken, ga ik de laatste ochtend met Colin en het Amerikaanse jonge echtpaar mee op safari. Prachtig om te zien hoe Colin de sporen in het zand volgt om uit te vinden waar de dieren zich begeven. Ik ga voor de luipaard maar die houdt zich goed schuil dit keer. Wel zien we de rest van de leeuwenfamilie en  een nijlpaard met haar jong en stuiten we onderweg op een mannetjesolifant. Ik vraag me af of het dezelfde is als eergisteren bij de lodge.
Ik herken hem niet en hij mij waarschijnlijk ook niet.

Hij komt dichtbij de auto, erg dichtbij als je het mij vraagt. Helemaal op zijn gemak is hij niet omdat hij, zo blijkt later, zojuist een akkefietjes met een ander mannetje heeft gehad. Hij imponeert met zijn oren en schraapt met zijn voet door het zand, vlak voor onze auto. Colin blijft rustig en het Amerikaanse stel zit tegen elkaar aan op de bank achter ons. Waarom moest ik weer zo nodig voorin zitten? bedenk ik me. De olifant doet nog een stap naar voren, ik kan de groeven in zijn enorme slagtanden haarscherp zien. Met mijn camera voor mijn ogen druk ik mijn lijf strak tegen de rugleuning van de stoel aan. ‘Ik vind dit wel heel dichtbij’ zeg ik zachtjes tegen Colin die besluit om heel rustig de auto achteruit te rijden om het imposante dier meer ruimte te geven. Dit blijkt een goede keuze want hij kijkt ons na en loopt vervolgens de struiken in waarna mijn hartslag weer naar een lagere frequentie daalt. Ik draai me om naar het leuke Amerikaanse stel. ‘Hebben jullie ook dat je juist het meest spannende moment van je reis aan het thuisfront vertelt en dat zo’n moment op de een of andere wijze altijd in je favoriete top drie belandt?’ Ze knikken instemmend terwijl ze hun camera erbij pakken om de foto’s te bekijken. Ik ben heel blij met mijn niet ingezoomde olifant close up.

Als ik die middag afscheid heb genomen van zowel het personeel als mijn tijdelijke Makweti-thuis, word ik terug gereden naar de parkeerplaats bij de ingang van het reservaat. Tegen mijn aard in ben ik nu stil en gebruik deze half uur durende rit over zandwegen en rotspaden om de afgelopen drie dagen nog een keer op me in te laten werken. Wat voelde ik mij het meisje in de bush die ik diep van binnen altijd heb willen zijn en wat voelde ik mij er thuis.
De dieren, de mensen, de atmosfeer, alles klopte.
Ik heb geschreven, gerust, genoten en geleefd.
Net als op de heenweg sluit ik weer mijn ogen en laat de warme zomerwind door mijn haren gaan. Ik keer weer terug naar mijn mooie gezin, de mooiste bestemming die er is.
Maar ik keer terug naar Makweti, daarvan ben ik overtuigd. 

‘Waar gaat je roman eigenlijk over?’ vraagt Colin als we vlak bij de parkeerplaats zijn. Ik open mijn ogen en kijk hem met een geheimzinnige lach aan.
‘Dat laat ik weten zodra ik een uitgever heb gevonden.’